Dit ras stond voorheen ook bekend als Amerikaans Canadese Witte Herder maar gaat sinds 1 januari 1998 door het leven als Witte Herder. In 1933 werd de kleur wit uit de rasstandaard van de Duitse Herdershond geschrapt. Door deze maatregel verdwenen bijna alle witte Duitse Herdershonden in Europa. In Amerika en Canada werd echter met de witte variant verder gefokt en door een zorgvuldig fokbeleid ontstond een zelfstandig ras. De huidige Witte Herder is verschillend qua bouw van de Duitse Herder. Sinds 1991 wordt deze hond ook als zelfstandig ras erkend in Zwitserland en ook Denemarken erkent het ras als zelfstandig ras. In Nederland is de Witte Herder vanaf 1 mei 1999 officieel erkend. De Witte Herder is een familie hond met grote liefde voor kinderen. Het is tevens een opgewekte en gemakkelijk lerende hond.
Gebruik:
Gezins- en gebruikshond.
Activiteit:
De Witte Herdershond heeft veel beweging nodig.
Verschijning:
Algemeen: Krachtige, goed gespierde hond, harmonisch gebouwd met elegante
belijning. Het lichaam is goed gespierd en middellang. De romplengte verhoudt
zich tot de schofthoogte als 12 tot 10. De schoft is benadrukt, vloeiend en
gaat mooi over in de hals en rug. Rechte en horizontale rug, sterk en gespierd.
De croupe is lang en van gemiddelde breedte, aanzet bijna horizontaal, daarna
naar achteren geleidelijk aflopend. Borst niet te breed doch diep. Ovale en
naar achteren reikende borstkas. Buiklijn loopt iets op naar boven. Benen
lang met middelzwaar bone. De schouders zijn lang en goed schuinliggend. Goede
hoekingen en goed gespierd. Middellange hals en goed gespierd, zonder keelhuid.
De neklijn verloopt zonder onderbreking vanaf het matig hoog gedragen hoofd
tot de schoft, de keellijn vloeiend tot het borstbeen.
Kleur: Wit (zuiver wit verdient de voorkeur).
Hoofd en schedel: Het hoofd is krachtig, droog en adellijk. Schedel
ziet er van boven en opzij af gezien wigvormig uit. Weinig gewelfde schedel
met zacht verlopende stop. Middengroef goed zichtbaar. Krachtige en middellange
snuit, niet langer dan de schedel en iets toelopend naar de neus. De bovenbelijning
van schedel en snuit lopen evenwijdig. De lippen zijn strak en droog en sluiten
goed aan. Bij voorkeur zwarte neus. Middelgrote, amandelvormige ogen, zo donker
mogelijk, met zwarte rand rondom en iets schuinliggend. De oren zijn hoog
aangezet en worden goed rechtop en evenwijdig naar voren wijzend gedragen.
De oren zijn driehoekig van vorm met iets afgeronde tippen. De oren zijn kort
behaard. Schaargebit.
Staart: Hoog aangezet, breed bij de wortel en iets toelopend naar het
einde toe. Vol behaard met lange beharing. Reikend tot het spronggewricht,
nooit boven de ruglijn gedragen. In rust hangt de staart omlaag of wordt het
onderste eenderde deel licht opgebogen gedragen.
Voeten: Ovale voeten, achtervoeten iets langer dan voorvoeten. Tenen
dicht sluitend en goed gewelfd. Voetzolen zwart, donkere nagels gewenst.
Beharing: Stok- of langstokhaar, goed aanliggend, middellang en dicht
tegen het lichaam aanliggend. Ondervacht wollig bedekt met stevig, recht stekelhaar.
Op het hoofd en voorkant van de benen is de beharing korter, rond de hals
en achterkant van de benen is de beharing iets langer. Licht golvend haar
is toegestaan.
Schofthoogte: Reu: 60 - 66 cm, Teef: 55 - 61 cm.
Aard:
Temperamentvol
Niet nerveus
Opmerkzaam
Waakzaam
Vriendelijk voor bekenden
Aanhankelijk
Evenwichtig
Gereserveerd tegenover vreemden
